Diabetes-dieet.info, algemene- en extra informatie, HbA1c, diabetesdagboek, dagmenu, gezonde voeding, koolhydratenlijst en gewicht.


          

          

  Diabetes.uwpagina.nl Diabetes.startpagina.nl Diabetes.startkabel.nl Diabetes.jumppage.nl Beste-startpagina.nl Diabetes.sitepark.nl Diabeteslinks.nl Diabetes.2link.be  
 Algemene info  Extra info  HbA1c  Diabetesdagboek  Dagmenu  Gezonde voeding  Koolhydratenlijst  Gewicht  Forum  Nieuws  Links
Diabetes: Algemene informatie
DIABETES
Diabetes mellitus (ook wel suikerziekte genoemd) ontstaat wanneer de alvleesklier (pancreas) minder of helemaal geen insuline meer maakt. Insuline is een hormoon dat onmisbaar is voor de stofwisseling.
De voeding levert verschillende voedingsstoffen, o.a. koolhydraten. Tijdens de spijsvertering worden de koolhydraten voor een groot gedeelte afgebroken tot glucose. Deze glucose wordt opgenomen in het bloed; het heet dan bloedglucose. Het hormoon insuline zorgt er voor dat de glucose vanuit het bloed de cellen in kan gaan. In de cellen dient de glucose als brandstof.
Wanneer bij u diabetes is vastgesteld, is uw bloedglucosegehalte te hoog.

De behandeling van diabetes is er op gericht de hoeveelheid glucose in het bloed zo normaal mogelijk te laten zijn. Indien u in de gelegenheid bent kunt u door middel van zelfcontrole nagaan hoe de bloedglucosewaarden zijn.
Naast enkele andere factoren wordt de hoogte van de bloedglucose beïnvloed door uw voeding.

DIABETES EN OVERGEWICHT
Door overgewicht wordt het lichaam minder gevoelig voor de werking van insuline. Daardoor is dus voor hetzelfde effect meer insuline nodig. Bovendien moet het lichaam meer insuline produceren om het extra lichaamsgewicht van insuline te voorzien. Omdat de alvleesklier niet aan de grote vraag naar insuline kan voldoen, ontstaat er een relatief insulinetekort.
Het doel van de behandeling van diabetes mellitus is dus niet alleen het streven naar goede bloedglucosespiegels, maar ook het realiseren van gewichtsverlies. Bij een lager gewicht daalt de insulinebehoefte en heeft het lichaam minder insuline nodig. Het insulinetekort wordt (deels) opgeheven.
U kunt met de diëtist bekijken hoe u kunt proberen af te vallen.

ZOETSTOFFEN
Wanneer u erg gesteld bent op een zoete smaak, dan kunt u als alternatief een suikervervanger (ook wel zoetstof genoemd) gebruiken. Iedere zoetstof heeft een eigen specifieke zoete smaak. Zie voor gebruikersmogelijkheden (b.v. verhitten) en de hoeveelheid die per dag gebruikt kan worden, de aanwijzingen op de verpakking.

Zoetstoffen in speciale diabetesproducten zoals koek, gebak en chocolade, leveren evenveel energie als "gewone" suiker en de producten waarin ze verwerkt worden, zijn vaak erg vet. Bovendien zijn deze producten duur. De voorkeur gaat uit naar vergelijkbare producten met suiker die in het dieet ingepast kunnen worden.
Zoetstoffen die gebruikt worden in koffie, thee, light frisdrank en zuivelproducten zonder suiker leveren geen energie.

ALCOHOL
Voor iedereen geldt het advies alcohol met mate te gebruiken: namelijk niet meer dan 2-3 glazen per dag, voor respectievelijk vrouwen en mannen. Probeer er geen dagelijkse gewoonte van te maken.

Alcohol heeft een verlagend effect op het bloedglucosegehalte. Bij een lege maag treedt dit effect sneller op dan bij een volle maag. Het effect kan enige uren aanhouden. Gebruikt u een alcoholhoudende drank die geen koolhydraten bevat, doe dit dan bij voorkeur bij een maaltijd of gerecht, waarin wel koolhydraten voorkomen.

Sterk gezoete alcoholische dranken, b.v. likeur, advocaat en zoete wijn, leveren veel koolhydraten en hebben vaak eerder een bloedglucoseverhogend dan een -verlagend effect. Hierbij hoeft u niet beslist iets te eten dat koolhydraten bevat. Hetzelfde geldt voor bier, al is dat niet gezoet. De koolhydraten in bier zijn afkomstig van gerst, een van de grondstoffen van bier.

In alle gevallen kan een alcoholhoudende drank na enkele uren alsnog het bloedglucosegehalte doen dalen en een hypo veroorzaken.

Wees er op bedacht dat door het gebruik van alcohol een hypo minder goed opgemerkt wordt.

WAAR OF NIET WAAR?
Iedereen denkt te weten wat u bij diabetes moet eten, en vooral: wat u niet mag eten. Hoe zit het nou precies met al die beweringen? Wat is waar en wat is niet waar?

U mag geen peer eten?
Een peer is niet beter of slechter dan bijvoorbeeld een appel of een sinaasappel. Iedere fruitsoort is net weer iets anders van samenstelling. Daarom is afwisseling heel belangrijk. Fruit bevat onder andere veel voedingsvezel en anti-oxidanten. Dit zijn belangrijke stoffen, zeker voor iemand met diabetes. Het advies aan iedere Nederlander is om twee keer per dag fruit te nemen. Eén keer fruit is bijvoorbeeld een middelgrote appel of twee mandarijntjes. Ook een glas ongezoet vruchtensap telt als één keer fruit.

Ongezoet sinaasappelsap kunt u onbeperkt drinken?
Als de fabrikant geen suiker aan vruchtensap heeft toegevoegd, mag er ‘ongezoet’ op de verpakking vermeld worden. Van nature bevatten vruchten echter wel vruchtensuiker, en deze suiker komt ook in het sap voor. Vruchtensap is een prima product (zie de vraag over peren), maar het is goed om er rekening mee te houden dat het wel calorieën en koolhydraten levert.
Een glas (150 ml) ongezoet sinaasappelsap levert 15 gram koolhydraten en 55 kcal.

Als uw bloeddruk te hoog is, kunt u beter geen zoete drop eten?
Dit klopt inderdaad. Het eten van drop (ook zoete!) kan invloed op de bloeddruk hebben bij mensen die daar gevoelig voor zijn.

De boosdoener is niet zozeer het zout (natrium) maar een ander stofje, glycyrrhizine, afkomstig uit de wortel van de zoethoutstruik. Zoethout zit ook in sommige soorten kruidenthee.

Kaneelcapsules verlagen de bloedglucose?
Kaneel zou de gevoeligheid voor insuline bij mensen met diabetes type 2 vergroten en een positief effect op de vetspiegels hebben, maar over de exacte werking is nog heel weinig bekend.

Op dit moment zijn de onderzoeken op dit gebied niet betrouwbaar genoeg om er conclusies uit te kunnen trekken. Bovendien is het de vraag of kaneel in de gebruikte doseringen veilig is en of het effect ook op lange termijn blijft bestaan.

Visvet is goed. Als u te zwaar bent kunt u beter alleen magere vissoorten kiezen?
De Gezondheidsraad heeft in december 2006 een nieuw advies over het eten van vis gegeven. In de praktijk betekent dit twee maal per week vis eten waarvan minstens één maal per week een portie vette vis, want magere vissoorten zoals kabeljauw of tong zetten weinig zoden aan de dijk wat de visvetten betreft.

Magere vis is qua calorieën een goede keuze als u op uw gewicht wilt letten, maar u heeft ook minstens één portie vette vis per week nodig. Het is nog niet duidelijk of supplementen (capsules) met visolie hetzelfde positieve effect hebben als het gebruik van vette vis, en of de supplementen in alle situaties veilig zijn. Gebruik deze daarom niet op eigen houtje, maar alleen op advies van uw arts.

LEEFSTIJLADVIEZEN
  • Niet roken. Roken is zeer schadelijk, maar voor iemand met diabetes in het bijzonder. Het geeft een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten en op de overige complicaties.
  • Voorkom overgewicht. Een goed lichaamsgewicht is belangrijk. Dit wordt bepaald door de zogenaamde BMI (Body Mass Index). Dit is iemands gewicht (kg) gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte (mtr). Een BMI tussen de 20-25 kg/m2 is goed. Er is sprake van overgewicht wanneer de BMI boven de 25 kg/m2 is. Bij een BMI > 30 kg/m2 is er sprake van obesitas. Het risico op hart- en vaatziekten is sterk verhoogd.
    Ook de vetverdeling kan een bijdrage leveren, waarbij voor mannen een middelomtrek < (kleiner dan) 102 cm (ideaal < 94 cm) en bij vrouwen < (kleiner dan) 88 cm (ideaal < 80 cm) wordt nagestreefd.
  • Zorg voor voldoende lichaamsbeweging. Dit is een half uur per dag lopen, fietsen en dergelijke. Beweging heeft gunstig effect op de insulinewerking op verbetering van de bloeddruk, op verbetering van de samenstelling van de bloedvetten en op het algemeen welbevinden.
  • Eet gezond. Zie ook het kopje rechtsboven "VOEDING".
TIPS

Verdeel de voeding gelijkmatig over de dag. Grote bloedclucoseschommelingen worden hierdoor voorkomen.

Sla geen maaltijden over.

Zorg voor variatie. De kans dat u alle gewenste voedingsstoffen binnen krijgt is dan het grootst.

Wees matig met verzadigd vet.

Maak ruim gebruik van producten die veel voedingsvezel bevatten.


HET BELANG VAN INSULINE
Diabetici maken geen insuline aan of zijn verminderd gevoelig voor insuline. Insuline is een hormoon dat een belangrijke rol speelt bij het bloedglucosegehalte. De voeding levert glucose, afkomstig van koolhydraten (zetmeel en suikers). Koolhydraten zitten bijvoorbeeld in brood, aardappelen en rijst en in zoete producten als koek en gebak, jam en frisdranken. De koolhydraten worden tijdens de spijsvertering omgezet in glucose. Via de darmen komt de glucose in het bloed. Dit vervoert de stof door het lichaam. Waar nodig dient de glucose als energiebron. Om de glucose de lichaamscellen binnen te laten gaan is insuline nodig. Insuline is een hormoon, dat wordt gemaakt door de alvleesklier (pancreas). Insuline werkt als een sleutel: het opent de deur van de lichaamscel, zodat de glucose naar binnen kan. Bij iemand met diabetes kan de glucose de cel niet binnen.

DE DIAGNOSE VAN DIABETES
Bij diabetes is het bloedglucosegehalte te hoog. Daarom scheiden de nieren een deel van de glucose uit via de urine. Daardoor ontstaan klachten als moeheid, dorst, veel plassen, jeuk en gewichtsverlies.

De bloedglucose kan worden gemeten met een glucosemeter. ‘Millimol per liter’ is de eenheid waarin de hoeveelheid glucose in het bloed wordt uitgedrukt. De streefwaarde van de bloedglucose is lager dan 7 millimol per liter als iemand nuchter is en dus nog niets gegeten of gedronken heeft. Tussen 7 en 8 millimol per liter is de bloedglucose nog aanvaardbaar. De niet-nuchtere streefwaarde is lager dan 9 millimol per liter. Tussen 9 en 10 millimol is nog aanvaardbaar.

DE BEHANDELING VAN DIABETES
Mensen met diabetes hebben viermaal zoveel kans op het krijgen van hart- en vaatziekten. Het voorkomen van hart- en vaatziekten is daarom een van de belangrijkste doelen van de behandeling van diabetes. Ook beruchte complicaties van diabetes, zoals oogaandoeningen, vaat- en nieraandoeningen, kunnen hiermee worden voorkomen of in elk geval uitgesteld.

Dieet
Bij mensen met diabetes komt vier keer zo vaak een verhoogd cholesterolgehalte voor als bij mensen zonder diabetes. Cholesterol is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. De behandeling van diabetes is er daarom niet alleen gericht op de bloedglucosespiegel, maar ook op de hoeveelheid vetten, met name het cholesterol, in het bloed. Die moet binnen aanvaardbare grenzen gehouden worden. Het dieet speelt hierbij een belangrijke rol.

Medicijnen
Naast een dieet kunnen medicijnen nodig zijn. Wanneer het lichaam geen insuline maakt (diabetes type I), moet dagelijks insuline worden toegediend met een injectiespuit om de glucose in het lichaam goed te verwerken. Als het lichaam minder gevoelig is voor insuline (diabetes type II) kan vaak worden volstaan met een dieet, zonodig aangevuld met specifieke tabletten of insuline.

Diabetes type II maakt tachtig tot negentig procent uit van het aantal diabetes-gevallen.

Gezonde leefstijl
Behalve een gezonde voeding dragen ook andere gezonde leefregels, zoals genoeg beweging en niet roken, bij aan een lager risico op hart- en vaatziekten.

ETEN MET DIABETES
De basis van het diabetesdieet bestaat uit gezonde voeding. Voor diabetespatiënten is het extra belangrijk om gezond te leven, om hart- en vaatziekten te voorkomen. Belangrijk in de voeding zijn bij diabetes met name:
  • Regelmaat. Eet elke dag drie maaltijden en een aantal keren iets tussendoor. Regelmatig koolhydraten eten helpt om schommelingen in de bloedglucosespiegel te voorkomen.
  • Zo min mogelijk verzadigd vet. Het vermijden van verzadigd vet helpt hart- en vaatziekten te voorkomen.
  • Een gezond gewicht. Een gezond gewicht heeft een gunstig effect op de bloedglucose en helpt mee hart- en vaatziekten te voorkomen. Bij overgewicht kunnen enkele kilo’s gewichtsverlies al helpen om het bloedglucosegehalte te verbeteren!
  • Suiker met mate. Suikervrije producten zijn in tegenstelling tot wat men vroeger dacht, niet nodig. Wees wel matig met suiker: dat helpt mee op gewicht te blijven.
  • Alcohol met mate. Neem niet meer dan twee glazen alcohol per dag. Alcohol kan het bloedglucosegehalte ontregelen.
  • Voldoende voedingsvezels. Vezels uit fruit, groente en peulvruchten hebben een gunstige werking op zowel de bloedglucose als het cholesterolgehalte van het bloed.
  • Niet te veel cholesterolrijke levensmiddelen. Eet niet meer dan drie eieren per week en hooguit eens in de twee weken lever, nier, paling of garnalen.

SOORTEN DIABETES
Diabetes type 1
Bij type 1 maakt het lichaam geen of zeer weinig insuline. De cellen in de alvleesklier (pancreas) die de insuline maken, de zogenaamde bèta-cellen, zijn beschadigd. Hierdoor kunnen ze geen insuline meer maken. Om die reden heeft iemand met diabetes type 1 insuline injecties nodig. Er wordt daarom gesproken van insuline-afhankelijke diabetes mellitus (IADM) genoemd. Diabetes type 1 komt vooral bij jongeren voor, maar kan op alle leeftijden optreden. De oorzaak is niet bekend. De ziekte is niet erfelijk, maar de aanleg wel. Als één van de ouders het heeft, heeft hun kind een kans van 4 tot 8% om het ook te krijgen.

Diabetes type 2
Bij Type 2 maakt het lichaam wel insuline, maar relatief te weinig. Bovendien is het lichaam vaak minder gevoelig voor de werking van de insuline (insuline-resistentie). Insuline-resistentie komt vooral voor bij mensen met overgewicht. Type 2 komt vooral bij ouderen voor ("ouderdoms-diabetes"), maar komt tegenwoordig op steeds lagere leeftijd voor. De oorzaak is niet bekend. De ziekte zelf is niet erfelijk, de aanleg wel, en deze is sterker dan bij type 1.

Als één of beide ouders diabetes type 2 hebben, heeft hun kind een kans van 20% tot 50% om het ook te krijgen. Overgewicht en te weinig beweging spelen een grote rol bij het krijgen van diabetes type 2. Aanvankelijk kan de behandeling bestaan uit een voedingsadvies eventueel gecombineerd met tabletten. Later kunnen ook aanvullend insuline-injecties nodig zijn. Type 2 werd daarom niet-insuline-afhankelijke diabetes (NIADM) genoemd.

Zwangerschapsdiabetes
Zwangerschapsdiabetes is eigenlijk een vorm van type 2 diabetes, die optreedt in de tweede helft van de zwangerschap en doorgaans weer verdwijnt na de bevalling. De zwangerschapshormonen hinderen de werking van de insuline. De alvleesklier moet dus meer insuline gaan produceren. Wanneer dit niet lukt stijgt de bloedglucose teveel. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de baby (te hoog geboortegewicht, vroegtijdige geboorte, hypoglykemie).

De behandeling van zwangerschapsdiabetes bestaat over het algemeen uit een voedingsadvies eventueel gecombineerd met insuline. Iemand die zwangerschapsdiabetes heeft gehad, heeft een kans van 40% om binnen 15 jaar type 2 te krijgen. Het is in dit geval belangrijk hier alert op te blijven.
VOEDING
De voeding is opgebouwd uit verschillende voedingsstoffen, o.a. eiwitten, vetten, koolhydraten, water, vitamines en mineralen.

Koolhydraten
Koolhydraten worden omgezet in glucose.
Koolhydraten is een verzamelnaam voor:
-zetmeel in bijv. brood, aardappelen en rijst.
-melksuiker (lactose) in bijv. melk, karnemelk en yoghurt.
-vruchtensuiker (fructose) in bijv. fruit, vruchtensappen en honing.
-suiker (saccharose) in bijv. jam, limonade, koekjes en gebak.

In de voeding van diabeten is het gebruik van suiker mogelijk, mits er rekening mee gehouden wordt dat suiker een koolhydraat is. Het maakt niet uit welk deel van de koolhydraten uit suikers bestaat. Voor het diabetesdieet telt alleen de totale hoeveelheid koolhydraten.

Vetten
In de voeding van diabeten speelt de keuze van de soort vet een belangrijke rol. Mensen met diabetes hebben meer kans op het krijgen van hart- en vaatziekten. Het is daarom van belang te zorgen dat het cholesterolgehalte van het bloed niet te hoog wordt.

Vetten in de voeding zijn belangrijk voor het lichaam. Ze leveren energie en bepaalde vitamines. In onze voeding komen twee soorten vet voor: verzadigd vet en onverzadigd vet.

Verzadigd vet      = Verkeerd
Onverzadigd vet = OK

Te veel verzadigd vet in de voeding is ongewenst. Het verhoogt het cholesterolgehalte en daarmee de kans op hart- en vaatziekten. Wees daarom matig met het gebruik van producten die rijk zijn aan verzadigd vet.
Verzadigd vet komt vooral voor in dierlijke producten zoals roomboter, (vol)vette kaas, volle melk en melkproducten en vet(te) vlees(waren). Harde margarinesoorten, harde bak- en braadproducten en kant en klaar gekochte snacks zijn eveneens rijk aan verzadigd vet. Daarnaast zijn enkele producten van plantaardige oorsprong rijk aan verzadigd vet: cacaovet, palmolie en kokosvet (b.v. kokosbrood, koffiewitmaker en santen).

Voldoende onverzadigd vet in de voeding verlaagt het cholesterolgehalte en daarmee de kans op hart- en vaatziekten.
Linolzuur (of omega-6 vetzuur) en linoleenzuur (of omega-3 vetzuur) zijn voorbeelden van onverzadigd vet. Op de verpakking van margarines, halvarines, bak- en braadproducten en koffiemelk staat vaak aangegeven of een product rijk is aan onverzadigd vet, linolzuur, linoleenzuur, omega-6 vetzuur of omega-3 vetzuur.

Producten die rijk zijn aan onverzadigd vet:
- alle soorten olie met uitzondering van palm(pit)olie
- broodsmeersel, halvarine en margarine met minder dan   17 gram verzadigd vet per 100 gram
- bak- en braadproducten uit een fles of kuipje
- margarine uit een fles of kuipje
- dressings, fritessaus, halvanaise, mayonaise, slasaus
- plantaardige koffiemelk
- noten, pinda's en pindakaas
- vette vis

Gebruik 1-2 keer per week vette vis.
Beperk het gebruik van cholesterolrijke voedingsmiddelen. Gebruik hoogstens:
2-3 eieren per week (het eiwit is vrij te gebruiken)
één keer per twee weken orgaanvlees (lever, nier), garnalen of paling.

Maak ruim gebruik van groente en fruit. Voedingsvezels in groente en fruit helpen het cholesterolgehalte te verlagen en vitamine C en beta-caroteen spelen een rol bij het voorkomen van hart- en vaatziekten.
Gebruik dagelijks 200 gram groente en 2 stuks fruit.

Plantensterol en plantenstanol
De producten van Becel Proaxtiv bevatten plantensterol. De producten van Benecol bevatten plantenstanol. Plantensterol en plantenstanol zijn natuurlijke bestanddelen van plantaardige oliën. Ze lijken qua structuur erg op cholesterol en gaan in het lichaam als het ware de strijd aan met cholesterol. Hierdoor komen er minder cholesteroldeeltjes in het bloed. Dit kan resulteren in een daling van het LDL-cholesterolgehalte.
Wanneer u overweegt gebruik te maken van Becel Proactiv of Benecol, lees dan goed de gebruiksaanwijzing op de verpakking. Hierin wordt aangegeven hoeveel van het product dagelijks wordt aanbevolen. U kunt hier ook de diëtist voor raadplegen.

Bewegen
Beweeg dagelijks tenminste een half uur. Denk daarbij niet alleen aan sport, maar ook aan bijvoorbeeld wandelen, fietsen en tuinieren. Met voldoende lichaamsbeweging kunt u uw cholesterolgehalte verbeteren.

Voor verdere informatie over bewegen, klik op de menukeuze 'Extra info' en kijk bij 'Lichamelijke inspanning'.

Cholesterolgehalte in het bloed
Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed kan ook veroorzaakt worden door te hoge bloedglucoses. Als de bloedglucosewaarden weer goed zijn, verbeterd de cholesterolwaarde.

Vezels
Vezels zijn de onverteerbare stoffen die in plantaardige producten voorkomen. Vezels, met name de vezels aanwezig in groente, fruit, peulvruchten en havermout, zorgen er voor dat glucose langzamer wordt opgenomen in het bloed.
Maak daarom ruim gebruik van deze producten.

DIABETESVERPLEEGKUNDIGE
Een diabetesverpleegkundige is een verpleegkundige die gespecialiseerd is in het voorlichten, begeleiden en instrueren van patiënten met Diabetes mellitus. Dit noemen we diabetes educatie. De behandelend internist zal de diabetesverpleegkundige introduceren. Zij hebben regelmatig overleg om te zorgen voor een goede afstemming in de begeleiding. Ook heeft de diabetesverpleegkundige regelmatig overleg met de diëtist en andere zorgverleners die bij de behandeling betrokken zijn. Wanneer u vragen heeft over de algemene aspecten van de DM (Diabetes Mellitus) kunt u dit bespreken met de diabetesverpleegkundige of huisarts.

Een goede voorlichting en begeleiding is noodzakelijk om zoveel mogelijk complicaties te voorkomen en om zo zelfstandig mogelijk te blijven functioneren. De diabetesverpleegkundige geeft instructies op het gebied van o.a.
- algemene informatie over diabetes
- hoe u zelf insuline kan spuiten
- hoe u zelf uw bloedsuikerwaarden kan controleren
- wat te doen indien u een andere ziekte krijgt, bijv. griep, infecties e.d.
- wat te doen bij te hoge (hyper's) of te lage bloedsuikers (hypo's)
- inspelen op bijzondere situaties (bijv. vakantie, sport en uit-eten gaan)
- complicaties
- een zo normaal mogelijk leven te leiden

Daarnaast heeft u een aangepast voedingsadvies nodig. De diabetesverpleegkundige, diëtiste en internisten werken dan ook nauw samen met elkaar.

DIËTISTE
De diëtiste is een deskundige op het gebied van voeding en diëten. Zij stelt voor u een dieet of voedingsadvies vast dat zoveel mogelijk is aangepast aan uw eigen leefpatroon. Het doel van zo'n voedingsadvies is om, in combinatie met insuline of tabletten, het bloedsuikergehalte in uw lichaam zo normaal mogelijk te krijgen en te houden.

PODOTHERAPEUT (VOETSPECIALIST)
Bij diabetes kunnen problemen met de voeten ontstaan, bijv. zweren.
Een podotherapeut (hulp bij verhelpen en/of voorkomen van voetproblemen), behandeld en begeleid diabetespatiënten.

OOGARTS
Als gevolg van diabetes kunnen beschadigingen optreden aan het netvlies van het oog. Wanneer u diabetes heeft, is het belangrijk regelmatig het netvlies van uw ogen te laten controleren, ook als u geen klachten heeft. Wanneer u regelmatig uw ogen laat controleren, kunnen schadelijke afwijkingen tijdig worden ontdekt en zo nodig worden behandeld.
Beschadigingen aan het netvlies kunnen aanwezig zijn zonder dat u er zelf iets van merkt. Bij regelmatige controle worden eventuele problemen vroegtijdig opgespoord en zo nodig behandeld. Onbehandelde afwijkingen kunnen blindheid tot gevolg hebben. Wanneer u onlangs bent overgegaan op een ander soort behandeling van uw diabetes, of wanneer u zwanger bent, is controle van uw ogen extra belangrijk.
VPSA